Marie-Jo Gobron,- Belgische dichteres

Film











Bibliografie»
Slideshow Marie-Jo Gobron










QuickTime 409 KB

 

Biografie

 

 

 

 

 

Laten we eerst het woord aan Marie-Jo Gobron via deze tekst, geschreven in 1961, op verzoek van een journaliste, na de publicatie van haar gedichtenbundel De Visage à Visage.

«Ik ben geboren tijdens de volle oorlog de eerste maart 1916 in een hoeve in Roesbrugge-Haringe waar m'n ouders zich hadden verschuild. Ik had in Poperinge een gelukzalige jeugd. Mijn golvend land, rijk aan klei en bloeiend met hop, werd m'n mooiste erfenis. Ik proefde er al het genot van de vrijheid; een bijna onbeschaamde vrijheid bij de herinnering aan onze velden, onze akkers, onze tuinen, de fabriekskoer en alles wat er errond lag en ik me toe-eigende. Het vertrouwde omgaan met deze wijdse ruimten schiep mij tot een alles verslindende, de dag dat ik er van verstoken werd.

Drie rassen hebben het in m’n bloed voortdurend met elkaar aan de stok. Frankrijk (mijn grootmoeder, aan moeder’s kant) brengt goede wil en soms zachtaardigheid vermengd met een voortvarendheid die ik met veel geluk ontdek. Spanje (vermoedelijke herinnering van een heroïsche kermis.... het nobele deel van een duistere neef.) Plant me banderillas in m’n lijf bij elke straathoek. Vlaanderen, mijn grootste bijdrage, laat me aarde zijn, ademtocht, materie, geloofwaardigheid, mysticisme, burlesk engagement, kleur. Maak me daar maar een potje van!

De Franse grens heeft een zeker aandeel in het gebruik van de taal; de opvoeding en de opleiding ook. Op m’n dertiende schrijf ik sombere gedichten in een schoolschrift dat door een familielid wordt ontdekt; vernederd door diens spotterijen, verscheur en verbrand ik het geheel. Pas zes jaar later onderneem ik een nieuwe poging. Nog steeds betreft het notities, maar m’n stijl is lichter geworden.

Op de leeftijd van 22 schrijf ik een klein toneelstuk (in ‘t Nederlands), bestaande uit 3 delen en maar liefst 32 personnages! Ik ben auteur, regisseur, choreograaf; ik ontwerp en maak de kostumes, het decor, het licht, de schmink. In één woord alles en te veel om goed te zijn. De groep jongelui voor wie het stuk bedoeld was neemt er vrede mee en we laten ons het applaus welgevallen in de voornaamste steden van West-Vlaanderen. De auteur van Sanguis Christi (Boon) beloont me met een goede kritiek die mij jammer genoeg enkele jaren later gestolen wordt.

Nog op mijn aktief, enkele in ‘t Frans geschreven studententijdschriften. Ik bereik de periode waar de poëzie zich in mij nestelt voor het leven. Met de liefde, men had het kunnen denken, krijgt de poëzie een andere wending. Door het huwelijk, wordt ik de schoonzuster van Maurice Carême. Als strenge en geduldige meester leert hij me wat transpositie is en inititieeert hij me in de ware poezie. Vergaderingen met andere dichters in zijn huis leiden tot hoogst heilzame confrontaties, en na een periode van vallen en opstaan begin ik op m’n eigen vleugels te vliegen. Laat me stellen dat ik schrijf sinds 1947-48.

In 1951 wordt ik opgemerkt bij de Goéland Théophile Briant die één van mijn gedichten uitgeeft tesamen met een reeks uitverkoren gedichten. Tevens opgemerkt door de jury van Flammes Vives en van La Revue Moderne worden mijn teksten uitgegeven. Tevens in 1951 ontvang ik te Gent de Marcel Wyseur Prijs.

De Hubert Krains Prijs valt me ten deel in 1953, op Sint-Niklaas-dag en even voor de geboorte van onze zoon Jean-Noël. Nooit kreeg ik trouwens een beter Sint-Niklaas. Houles, de geprimeerde bundel, wordt in 1955 uitgegeven. Van 1953 tot 1961 werk ik aan de bundel De Visage à Visage.

In mijn laden: een lang gedicht waar ik sinds 10 jaar aan sleutel; een mislukte symfonie, gedichten in proza, beloftes voor verhalen, andermaal gedichten die beetje bij beetje een andere bundel vormen. In mijn hoofd een grote hoop: ooit een goed toneelstuk te schrijven, misschien een roman. Maar de verwezenlijking van dit laatste lijkt me veel utopischer dan het eerste.

Mijn echtgenoot is aquarellist, ik vel op een zeer gezonde wijze een oordeel over z’n werk, veel van z’n schilderijen en tekeningen weten mij te boeien, ik deel m’n geestdrift aan anderen mee. Hij is een goed criticus wat betreft mijn dichtwerk; hij vindt me soms ietwat onduidelijk (vanzelfsprekend ben ik het hier niet mee eens). Tijdens delen van de nacht bespreken wij onderwerpen als schilderkunst, muziek en poëzie, want overdag moet ik werken. Van 1941 tot 1961 was ik werkzaam als bezoekende verpleegster aan het anti-tuberculose dispensarium van Eeklo, dat verantwoordelijk is voor 24 gemeenten! Sinds begin 1961 ben ik inspectrice voor West- en Oost-Vlaanderen, aan het nationaal Belgisch Oeuvre tegen de tuberculose. Wij hebben een kind (van het type Denis la petite peste) dat altijd voor de nodige spanningen zorgt en ons belet van verveling te sterven.

Ziedaar wellicht een wat lang uitgevallen notitie, waarvan ik de samenvatting aan uw goede diensten toevertrouw.

Leve de vrijheid om alles te zeggen, om alles te denken, om alles te voelen. De poëzie laat het ons toe, men vergeeft ons dankzij haar heel wat vermetelheden. Dus per slot van rekening: Leve de poëzie!»

Laten we toevoegen dat Marie-Jo Gobron, eigennaam Marie-José Coevoet, de oudste is van drie broers (sindsdien overleden) en een zuster. Zij brengt haar jeugd door te Poperinge, in West-Vlaanderen, waar de fabriek van haar vader is gevestigd (een baksteenoven). Volgend op de beurscrash van de jaren 30 verliezen haar ouders, Firmin Coevoet (1884-1971) en Marceline Camerlynck (1884-1963), het grootste deel van hun bezittingen en zijn ze verplicht het eigendom te verkopen om zich in een huis te vestigen, gelegen aan de kaden van Brugge.

In 1942 wordt Marie-Jo, toen 26 jaar, verliefd op de schilder Roger Gobron (1899-1985). Niettemin blijft Roger tevens zijn relatie behouden met Fabienne Roman (1909-1990), zijn model sinds 4 jaar. In 1944 beslissen Marie-Jo, Roger en Fabienne om samen te leven. Teneinde de bezetter te ontwijken zonderen ze zich af in het dorpje Oost-Eeklo, in Oost-Vlaanderen. In 1946 treedt Roger in het huwelijk met Marie-Jo en vestigen ze zich met Fabienne te Eeklo. In 1954 bevalt Marie-Jo van Jean-Noël, dat hun enige kind zal blijven. Terwijl Marie-Jo buitenshuis als verpleegster werkt, neemt Fabienne de jongen onder haar hoede. In 1961 geeft Pierre-Louis Flouquet haar een overwegende plaats in zijn bloemlezing van een halve eeuw poëzie. Belgische en Franse tijdschriften en bloemlezingen nemen haar teksten op en Marie-Jo neemt aan diverse manifestaties deel, zoals de belangrijke Internationale Biennales van de Poëzie te Knokke. In 1962 verhuist de familie, steeds in het gezelschap van Fabienne, naar Brugge. In 1984, geeft Marie-Jo haar derde bundel Instants uit, die haar echtgenoot voor de laatste maal van illustraties voorziet. Roger sterft een jaar later op 85-jarige leeftijd. In 1988 wijdt dichter en essayist Jan van der Hoeven aan haar poëzie een essay uitgegeven door de VWS-Cahiers (Vereniging van de Westvlaamse Schrijvers). In 1990 geeft Saint-Germain-des-Prés, tesamen met Alcyon Film, haar dichtbundel Paysage Intérieur uit. Hetzelfde jaar sterft Fabienne op 81- jarige leeftijd.

Van 1998 tot 1999 werkt Marie-Jo Gobron aan de samenstelling van de catalogus van het werk van haar man Roger Gobron, die een belangrijk onderdeel vormt van de Monografie over de schilder. In 2001 wordt haar eerste Nederlandstalige dichtbundel Onder de Maretak door Alcyon Film uitgegeven. In 2002 treedt ze in het toneelstuk La Strada op. Ondanks haar 88-jarige leeftijd blijft Marie-Jo nog verscheidene letterkundige projecten in petto hebben. Ze begint aan een tweede roman en aan haar veertiende gedichtenbundel. Verder hoopt ze haar eerste roman Mimi te zien verschijnen alsook Souvenirs de Soupente, een bundel bestaande uit een dertigtal novellen. Acht dichtbundels liggen tevens klaar om te worden uitgegeven: Grenaille, Brumes et Bruits (gevolgd door L'Epreuve du Ciel), La Mouvante, Retour de Flamme, Ardre sous couleur de colchique, Plaisirs d'Escarpolette, Visitations et Vesperale.

Sinds verscheidene jaren verwezenlijkt Marie-Jo ook bij gelegenheid collages, die ze tekent met de naam Marichou. Zij stelt ze tentoon te Brugge, in de kunstgalerij 't Leerhuys in 2001 en in de Mansarde in 2003 alsook in Bergen, in de Espac'Art Gallery in 2004.

Haar zoon Jean-Noël, cineast en auteur van de film Portrait de mon père aquarelliste (1987), waarin Marie-Jo even verschijnt, beëindigt in 2007 de film Portrait de ma mère poète, een 60 minuten durende documentaire over het leven en het oeuvre van zijn moeder

Op 3 november 2008 sterft Marie-Jo te Brugge op 92-jarige leeftijd.

Bibliografie

Poëzie

1955: Houles.
Uitgegeven in eigen beheer, 73 p. 18 cm.
1961: De Visage à Visage.
Uitgegeven in eigen beheer, 142 p. 22,5 cm.
1984: Instants.
Uitgegeven in eigen beheer, 131 p. 22,5 cm.
1990: Paysage Intérieur.
Saint-Germain-des-Prés &
Alcyon Film, 58 p. 20,5 cm.
2001: Onder de Maretak.
Alcyon Film, 79 p. 22 cm.

Bijdragen in en medewerking aan tijdschriften en culturele manifestaties

1951: Flammes Vives
1956: Epitres.
1961: Nouvelle Etape & Guitare et Poésie.
1962: Salon de Poésie.
1964: Les Cahiers.
1969: Mur de Poésie.
1972: Foire aux Poètes.
1990: Le Vers à Soif.
2002: Theater aan Zee.

Bijdragen in bloemlezingen en andere uitgaven

1945-1960: Les Cahiers.
1951:  Anthologie Française.
1957: Anthologie Eté.
1960: Encyclopédie Poétique, poètes présents & La Revue Moderne, Panaroma de la Poésie Belge.
1962: Anthologie du Prix de l'expression Française.
1965: Anthologie.
1969: Yang Cahier, 2x50 poètes.
1977: Prosit, proza, poézie, Ria Scarphout.
1984: Brugge beschreven.
1987: Brugse Kalender '87 & Poëzieplakkaat.
1988: Marie-Jo Gobron "Une force de la nature" uit Vlaanderen, Jan van der Hoeven - VWS-Cahiers.
1999: Monographie Roger Gobron. Alcyon Film.
2005: 40 Brugse Schrijvers - Davidsfonds Sint-Pieters-op-den-Dijk.

Muziekbewerkingen

Armand Lonque: Exil, gedicht uit de bundel Houles (voor orkest).
1960: Paul-Baudouin Michel: Exil, Cathédrale et Louve affamée, uit de bundel Houles (voor sopraan en piano).

Onderscheidingen

1951:  Prijs Marcel Wyseur & vermelding in Les Prix du Goeland.
1953: Prijs Hubert Krains (voor de bundel Houles).
1961: Tweede prijs Prix de la ville de Ouistreham.
1968: Eervolle vermelding Grand Prix International de Poésie.
1982: Prix de Poésie de l'Ile de France.